Oog in oog met Look-zonder-look

Het waarnemen van een lichte uien- of knoflookgeur wanneer je op een droge en zonnige dag wandelt in onze uitbundige natuur.

Het eerst waar je misschien aan denkt is dat er in de buurt vast en zeker wel Daslook te vinden zal zijn. Maar wat als dit niet zo is? Als er echt geen enkel Daslookplantje te bespeuren valt, maar je er toch overtuigd van bent dat je heel subtiel een uien- of lookgeur kan waarnemen. En neen hoor, je wordt dan niet met de neus genomen, want wellicht zal je ergens in de nabije buurt Look-zonder-look aantreffen.

Oog in oog met look-zonder-look

Een wilde plant die momenteel nog op heel wat plaatsen zéér uitbundig bloeit, is Look-zonder-look.

Een voorjaarsbloeier uit de Kruisbloemfamilie, die meestal bloeit in de maanden mei tot juni, met tal van witte bloemetjes. Look-zonder-look kan je vinden, vaak op vochtige en voedselrijke gronden in loofbossen, tuinen en natuurlijk ook in bosranden of op licht beschaduwde plaatsen.

Dit is een tweejarige plant, waarmee ik bedoel dat er zich in het eerste jaar uit het zaad een rozet gaat vormen. Pas in het volgende jaar ontwikkelt zich de stengel met de lieflijk ogende witte bloemetjes. Maar als je deze plant aantreft zal je meestal ontdekken dat er zich zowel eerstejaarsplanten tussen de bloeiende tweedejaarsplanten bevinden.

Enkele herkenningspunten

Gaan wij even naar de uiterlijke kenmerken van de plant kijken, dan kan je zien dat de stengel onderaan licht behaard is, bovenaan kaal en hier vaak ook wat violet gekleurd. Onderaan zijn de bladeren nier- tot hartvormig, en naar boven toe zijn de bladeren spitser en grof getand. Het jonge blad kan soms al eens worden verward met dat van Hondsdraf, een plant die je vaak ook op dezelfde plaats kan aantreffen.

Maar toch is er een merkbaar verschil als je even gaat inzoomen op beide planten. Want waar bij Look-zonder-look de bladeren in een rozet staan, kan je opmerken dat deze bij Hondsdraf met 2 tegenover elkaar, aan kruipende stengels.

Een ander herkenningspunt van deze plant is natuurlijk de geur. Want wrijf je het blad of de bloemen tussen de vingers, of ga je deze kneuzen, dan ga je zonder twijfelen een uiengeur waarnemen, die je enigszins ook laat denken aan een subtiele knoflookgeur. Maar verder gelijkt de plant in de verste verte niet op ‘look’ en dus vandaar ook de benaming Look-zonder-look.

Look-zonder-look als wilde eetbare lekkernij

Deze wilde plant was vroeger in gebruik als toekruid dat een knoflookaroma aan een mosterdsmaak paarde. De Engelsen gebruikten de zaden van deze plant indertijd als vervanging voor zwarte mosterdzaden. Een Engelse volksnaam is dan ook Garlic-mustard ofwel knoflookmosterd. En hier hoor je het al. Met de smaak, die laat denken aan Knoflook en Mierikswortel, is deze plant uiteraard geschikt als eetbare lekkernij.

Van Look-zonder-look kan je dan ook alle delen gaan gebruiken. Zowel wortel, blad, bloemetjes als de rijpe zaadjes kunnen worden gebruikt in allerlei gerechten. Hou er wel even rekening mee dat als je de wortel gaat gebruiken, de plant natuurlijk zal verdwijnen.

Ga je met het blad van eerstejaarsplanten aan de slag, gebruik dan het liefst niet teveel, zodat deze planten zeker nog voldoende kracht en energie overhouden om de volgende winter te gaan overleven. En volgens de regels van de kunst gebruik je de bladeren voor de bloei. Omdat vanaf de vorming van de bloeiknoppen alle waardevolle voedingsstoffen naar de vorming van de knoppen gaan. Met als gevolg dat de smaak van het blad zal gaan afnemen en het blad ook taaier zal worden.

Inspiratie nodig? Neem dan eens een kijkje bij het receptje over de pannenkoeken met Look-zonder-look.

Een plant met pit!

Inderdaad. Maar weet jij dat de pittige smaak van het blad wordt veroorzaakt door zwavelachtige verbindingen in deze plant? Men noemt deze waardevolle werkzame stoffen ook wel mosterdglycosiden of glucosinolaten. Misschien een wat moeilijker woord, maar als je goed leest of luistert wanneer je het uitspreekt dan ontdek je het woordje ‘glucose’. En dan mag je inderdaad stellen dat het hier gaat om een suiker gebonden aan een zwavelverbinding, net zoals je bijvoorbeeld ook kan terugvinden in koolsoorten zoals Broccoli of Oost-indische kers. Glucosinolaten of mosterdglycosiden hebben dan voor ons als mens o.a. ook een breed anti-microbiële werking, maar zeker ook een immuunstimulerende werking. Wel even opletten wanneer je een te traag werkende schildklier zou hebben. Dan gebruik je best niet teveel van planten die deze stoffen bevatten, aangezien deze net een vertraagde schildklierwerking in de hand kunnen werken.

En een mengelmoes aan smaken!

Dat smaken erg verschillend kunnen zijn en door iedereen anders worden ervaren, hoef ik waarschijnlijk niemand te vertellen. Wat de ene persoon net lekker zal vinden, is voor een andere persoon soms net het tegenovergestelde. En Look-zonder-look doet hier ook een duit in het zakje. Want waar je eerst een lookachtige smaak zal gewaarworden, neemt deze smaak tijdens het kauwen af en gaan de bitterstoffen in het blad meer op de voorgrond treden.

Bitterstoffen zijn stoffen die eigenlijk goed waarneembaar zouden moeten zijn in onze voeding. Maar in onze Westerse cultuur lijkt het wel of de bitterstoffen in onze voeding meer en meer achterwege lijken te blijven. En dat is zonde! In groenten zoals witloof zijn bitterstoffen enigszins nog te bespeuren. Maar wil je een keertje echt bitterstoffen ervaren? Ga dan eens op een Paardenbloemblad of een stukje Paardenbloemwortel kauwen. Je mond gaat er misschien dan wel van samentrekken, maar het komt je gezondheid wel ten goede. Het proeven van bittere smaken stimuleert onze speekselklieren in de mond, maar ook onze organen betrokken bij de spijsvertering worden hierdoor gestimuleerd. Zelfs tot de aanmaak van spijsverteringssappen wat gaat bijdragen aan een betere werking van ons spijsverteringsstelsel.

 

Dus af en toe eens wat wilde planten op je bord stimuleert lichaam en geest.

Wildplukken, samen of in groep?

Als je besluit om zelf te gaan plukken, pluk dan enkel planten waar dit op een verantwoorde manier kan, en zeker niet in natuurgebieden, tenzij je hier de toestemming voor hebt gekregen. En pluk enkel wanneer je 100% zeker bent dat je de juiste plant voor ogen hebt. Want soms zijn er planten die erg op elkaar gelijken zoals bijvoorbeeld Daslook en Lelietje-van-Dalen, maar waarvan de laatste giftig is. En hier wil je dan ook echt niet van eten.

Bovendien, als je weet, dat het Oranjetipje, een vlindertje dat het moeilijker en moeilijker heeft om te overleven, deze plant gebruikt als waardplant om zijn eitjes af te zetten, valt het zeker aan te raden om hier voldoende mee rekening te houden.

Dus ga gerust voor meer groen op je bord!

 

Liefs,

Cindy

 

Meer weten over wilde planten? Neem dan zeker eens een kijkje bij www.dekleinetheeboom of stap eens mee in onze wereld van boeiende planten tijdens een kruidenwandeling.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Pareltjes in de herfst
Over Stokrozen en nieuwsgierigheid
Ontmoeting met het Geoord helmkruid
Van Vlierbes tot siroop
Scroll naar top